De helft die je nooit leerde

Denk aan yin en yang. Twee helften die elkaar nodig hebben om heel te zijn. Yang is het actieve, naar buiten gerichte — doen, richten, presteren, vooruit. Yin is het ontvankelijke, naar binnen gerichte — voelen, rusten, ontvangen, toelaten, er gewoon zijn.

Onze hele wereld draait op yang. We leerden lezen, rekenen, redeneren. We leerden afwegen en beslissen, plannen en verantwoorden. We leerden dat je iets waard bent als je iets kunt, en gelukkig wordt als je iets bereikt. Heel vroeg al gingen we de wereld van de woorden in.

Wat we niet leerden, was de andere kant. Contact maken met wat er onder de woorden ligt. Voelen wat er werkelijk speelt. Luisteren naar je lijf. Ontvangen zonder iets terug te hoeven doen. Bij jezelf blijven als de wereld iets anders van je vraagt. Stil zijn zonder de leegte vol te proppen.

Dat is geen tekort aan jouw kant. Het is een gat in wat ons is meegegeven — en bijna iedereen draagt het. Niemand heeft ons beetgenomen. De mensen die ons in yang grootbrachten, waren er zelf ook in grootgebracht. Het is een manier van leven die al generaties wordt doorgegeven, door mensen die het beste met ons voorhadden. Daarom is er geen schuldige. En daarom is het ook geen gevecht. Je hoeft niemand iets te verwijten om de andere helft alsnog te leren.

Eén ding ligt hieronder, als bodem: de andere helft woont in het lijf. Voelen, ontvangen, aanwezig zijn — dat gaat niet via het hoofd. Het hoofd kan erover praten, maar het kan het niet leveren. Daarom loopt de weg terug altijd via het lichaam, en begint hij met vertragen. Snelheid houdt je in yang. Het is pas als je vertraagt dat de andere helft beschikbaar wordt.

Verder lezen: Wat je eroverheen bouwde