Oefeningen

Voorstel voor de indeling: gegroepeerd op waar ze je heen brengen — Vertragen & lijf, Voelen & intuïtie, Hart & contact, Samen, Buiten. Geen volgorde, geen niveaus. Hieronder drie uitgewerkte voorbeelden, één uit elk van de eerste drie groepen.

Lopen zonder telefoon

Vertragen & lijf

De eenvoudigste oefening die er is, en misschien wel de krachtigste.

Laat je telefoon thuis en ga lopen. Niet om stappen te tellen, niet als sport — dan is het alweer presteren. Gewoon lopen, om het lopen.

Merk wat er gebeurt na een kwartier, na een half uur. Je ademhaling zakt. Je schouders zakken. Je hoofd wordt stiller met elke kilometer. Je gaat ruiken, horen, voelen wat er om je heen is. En vanaf het pad kijk je net even van buitenaf naar je eigen leven — en zie je het vaak helderder dan van binnenuit.

Begin klein. Twintig minuten. En morgen weer.

Naar binnen voelen

Voelen & intuïtie

We zijn geleerd om antwoorden te zoeken in ons hoofd. Maar je lijf weet vaak al iets voordat je hoofd de vraag heeft afgemaakt.

Stop even met wat je doet. Sluit je ogen, als dat prettig is. Richt je aandacht naar binnen — naar je borst, je buik, je keel. Niet om er iets van te vinden. Gewoon om te voelen wat er is.

Misschien een spanning. Een drukte. Een onrust, of juist rust. Geef het geen naam, of hooguit een vage. Blijf er even bij, zoals je blijft bij iemand die iets probeert te zeggen maar de woorden nog zoekt.

Dit is het weten dat onder je gedachten ligt. Hoe vaker je het opzoekt, hoe duidelijker het wordt — en hoe meer je leert erop te vertrouwen.

Sluiten en openen

Hart & contact

Een open hart is geen idee. Het is iets in je lijf, en je kunt het voelen.

Breng iets in gedachten waarvoor je je afsluit — iemand met wie het schuurt, iets wat je dwarszit. Voel wat er in je borst gebeurt. Het samentrekken, het terugtrekken. Voel het echt; het is fysiek.

Breng dan iets in gedachten waar je van houdt. Een mens, een dier, een plek. Voel hoe iets opengaat.

Sluiten. Openen. Sluiten. Openen. Doe het een paar keer bewust, en je merkt iets: het is geen toestand die je overkomt. Het is iets wat je kunt voelen — en uiteindelijk iets wat je kunt kiezen.

Meer oefeningen volgen — denk aan: gas en rem leren herkennen, een bril op- en afzetten, je lijf als veld voelen, aandachtig aanraken samen, stilzitten. Welke we eerst uitwerken bepalen we samen.