En dan: de afwas

En dan kom je terug. Want je leeft niet in het diepe water — je raakt het aan, en je komt boven, en er moet worden afgewassen en gewerkt en geleefd.

Dat is het mooie. Niets van dit alles maakt je bijzonder. Het is geen medaille, geen status, niets om aan anderen te laten zien of waar je je beter door mag voelen. Wie ermee gaat pronken, is het kwijt. Het maakt je eerder gewoner: een mens die af en toe even de bodem voelt wegvallen en weet hoe diep het gaat, en die daarna gewoon de hond uitlaat.

Dus jaag het niet na. Bouw geen nieuw project, geen nieuwe lat, geen ladder met dit als bovenste trede. Leef dieper, dag na dag, op de gewone manier — wandel, voel, raak aan, word geraakt, blijf bij jezelf en open je hart. En af en toe, als je het niet forceert, valt de bodem even weg en zie je hoe diep het water is waarin je de hele tijd al zwom.