Jezelf als veld
En als je lang genoeg vertraagt, stil wordt, voelt — dan begint je eigen lijf er van binnenuit anders uit te zien. Geen ding met harde grenzen, maar een veld van gewaarwordingen: tintelend, bruisend, levend. Je voelt het zodra je stopt met labelen en gewoon aanwezig bent. Wat eerst “mijn arm” was, is dan een gebied van warmte, tinteling, beweging. Je bent minder een voorwerp en meer een stroom.
Dat klinkt abstract, maar het is heel concreet. En je hoeft er geen jaren voor stil te zitten om er een eerste glimp van te krijgen.
Aanraken en het gedeelde veld
En dat veld stopt niet bij je huid. De plek waar dat het duidelijkst voelbaar wordt, is aanraking.
Een hand op je rug met volle aandacht. Een massage waarin niet gewreven wordt maar geluisterd. Twee mensen die elkaar werkelijk aanraken — niet om iets te bereiken, maar om te voelen en gevoeld te worden — merken op een gegeven moment dat de grens tussen hen doorlaatbaar is. Er ontstaat iets tussen jullie in. Een gedeeld veld, een gesprek zonder woorden, twee zenuwstelsels die contact maken. Je voelt de ander, en je voelt dat de ander jou voelt, en even is niet meer helemaal scherp waar jij ophoudt en de ander begint.
Datzelfde zachter worden van de grens gebeurt buiten. Lopend in de natuur, stil op een plek, vervloei je een beetje met wat je omringt. Even ben je geen los stukje dat zich staande moet houden tegen de rest — je bent er gewoon onderdeel van, gedragen, zoals de jager-verzamelaar ooit gedragen werd.
Dit is geen leer die je moet aannemen. Het is een ervaring die zich aandient zodra je ver genoeg naar binnen gaat en zacht genoeg wordt. En het reikt verder dan dit — tot in intimiteit, en tot in stiltes waar nog meer wegvalt dan de grens met de ander alleen. Maar dat is een eigen stuk van de weg, voor wie er de grond voor heeft. Hier is het genoeg om te weten dat het bestaat, en dat het echt is.
Verder lezen: Het mag zich ontvouwen →