Het zelf dat wegvalt

En dan is er nog een stap, die je niet met een ander maakt maar in de diepste stilte, meestal alleen.

In lange stilte — een retraite, uren of dagen zitten — kan het gebeuren dat niet alleen je gedachten en spanningen wegvallen, maar het gevoel een aparte iemand te zijn. De kijker achter je ogen, het middelpunt waar alles zich omheen leek te organiseren, lost even op. Dat klinkt eng, maar als het komt is het dat niet. Het is wijd, licht, een enorme opluchting zelfs — alsof je een last neerlegt die je je hele leven droeg zonder te weten dat je hem droeg. Wat overblijft is geen leegte. Het is gewoon: ervaring, die zichzelf ervaart. Aanwezigheid, zonder iemand in het midden.

En je ontdekt dat je daarin kunt rusten. In het gewaarzijn zelf, vóór het verhaal van “ik”. Niets te doen, nergens te zijn, niemand om te zijn. Het is misschien wel de diepste rust die er bestaat, en ze was er de hele tijd al, onder alle drukte.

Deel van het geheel

Van hieruit kantelt het oude gevoel — dat je een los stukje bent dat zich staande moet houden tegen een wereld die buiten je ligt. Dat klopt niet meer. De grens was een concept. Wat er werkelijk is, is één geheel, en jij bent daar geen uitzondering op maar een uitdrukking van. Even is het universum niet iets waar je middenin staat, maar iets dat zich heel even, hier, als jou ervaart.

Dit is waar de tradities op verschillende manieren naar wijzen, en waar woorden beginnen te struikelen. Het hoeft ook niet beschreven. Het hoeft alleen gevoeld, een keer, en dan weet je het. Niet als geloof. Als herinnering.

Verder lezen: En dan: de afwas