In contact met een ander
Wat je in jezelf opent, wordt beschikbaar tussen jou en een ander. Vanuit je eigen grond, met een hart dat weer open kan, kun je iemand werkelijk ontmoeten — niet om je aan vast te houden, maar om naast te staan.
Dat vraagt minder dan je denkt en iets anders dan je gewend bent. Minder oordelen. Minder afwijzen. Minder de ander, jezelf en de wereld indelen in goed en fout, in hoort-wel en hoort-niet. Een open hart wordt gevoeld — door je partner, door kinderen, door dieren, door iedereen die je tegenkomt. Je kunt het niet faken en je hoeft het niet te forceren. Het ontstaat vanzelf zodra je ophoudt het tegen te houden.
Wisselen van brillen
En dan begint iets soepel te worden wat eerst vast zat. Je merkt dat alles wat je dacht te weten — over jezelf, over de ander, over hoe het hoort — een bril is. Een manier van kijken. Niet de werkelijkheid, maar één doorkijk erop.
Zodra je dat doorhebt, kun je hem afzetten. En een andere opzetten. Niet om te bepalen welke bril de juiste is — dat is de oude reflex, het gevecht om gelijk — maar om te kijken wat elke bril oplevert. Resoneert dit? Helpt dit? Wat wordt zichtbaar als ik het zo bekijk? Niet waar of onwaar, maar nuttig of niet. Dat verandert alles in contact: twee mensen die niet langer strijden om wie gelijk heeft, maar samen bewegen tussen perspectieven, nieuwsgierig naar hoe de ander kijkt. Het maakt je minder vast, minder belerend, en eindeloos nieuwsgieriger.
Verder lezen: Jezelf als veld →